Het Belgisch Monument is geplaatst ter nagedachtenis aan elf Belgisch-Limburgse verzetsstrijders. Enkele uren voor de bevrijding, op 12 september 1944, werden zij hier door de Duitsers gefusilleerd. De verzetsmensen, lid van de Belgische Weerstand, waren in de bossen van het Belgische Rotem gevangen genomen en naar het bosgebied in Cadier en Keer gebracht om er te worden vermoord.

september 1944

Onder een laagje mergel en afgedekt met takken werden de lijken gevonden. Het werd snel duidelijk dat zich hier een drama had afgespeeld. Later werd dit bekend onder de plaatselijke inwoners van Heer. Enkele maanden daarna vormde dit gebeuren de inspiratie voor de heer Jos Ramaekers  om een comité op te richten als blijvende herinnering aan de laffe daad die hier plaats had gevonden. Om zijn plan te kunnen uitvoeren vroeg hij hulp aan een aantal Belgische inwoners van Heer. De plannen werd uitgewerkt en met medewerking van de directie van Huize St. Joseph werden de eerste plannen voorgelegd aan de gemeente Heer. Met instemming werd het initiatief begroet.

Het comité bestond uit een zestal leden te weten de heren Jef Geys, Nol Gijsen, Sjo Ramaekers, Louis Meesters, Sjeng Vrijens en broeder Michael Smith. Zij gingen aan de slag om de benodigde pecunia bij elkaar te krijgen. Hun impulsieve animo werd dankbaar aanvaard, ook in België. Er werd zelfs een Erecomitë  opgericht met voornamelijk Belgische notabelen waaronder de consul van België in Nederland, de burgemeester van Maaseik en burgemeester Kessen van Heer. Een inzamelingsactie en de verkoop van kaarten met foto’s van de elf verzetsmensen. Een huis aan huis verkoop werd gestart door een tiental dames. De actie verloopt echter niet zoals men gedacht had. Het leverde fl. 56,63 op. De gemeenteraden waar de gefusilleerde afkomstig waren, namen daarop het besluit het initiatief te steunen. Zij beslisten een bijdrage te van een franc per inwoner.

Toneelstuk

Broeder Michael had het verhaal van hetgeen zich in en om Maaseik en eer had afgespeeld vernomen. Hij besloot van het hele verhaal een toneelstuk te schrijven. Het stuk kreeg de naam ‘Wat niet sterven zal’. Een schitterend stuk, waarin het drama werd uitgebeeld. Het is enkele malen opgevoerd in het openluchttheater nabij Huize St.Joseph. De spelersgroep bestond uit amateurs van Heer. Bijgaande foto laat zien hoe groot de belangstelling  was. De opbrengst werd eveneens gestort ten bate van het op te richten monument. Korte tijd later werden dan nog de uitvoeringen gegeven in België. Het geld kwam binnen en nu moest een ontwerp gemaakt worden. Er werden enkele ontwerpers gepolst een ontwerp te maken. Uiteindelijk kwamen ze bij beeldhouwer Jean Weerts uit Craubeek-Klimmem terecht. Hij kapte het beeld uit Franse Vaurionsteen: “Een suggestieve groep met een naar voren springende leeuw, drie naar voor kijkende verzetstrijders in aanvallende  en– op de ravage der verwoesting – een treurende vrouw met kind als hoofdfiguren. De vastberaden houding der strijders straalt de zelfzekerheid uit die hen naar de eindoverwinning zal leiden. Zij torsen de vlag terwijl de grimmige leeuw uit het wapen van België hun strijd naar een verlossende toekomst steunt.”

 In 1959 is het monument bezocht door koningin Juliana en koning Boudewijn van België. Veertig jaar later, in 1999, is aan de beherende stichting de Juliana-Boudewijnprijs toegekend om de activiteiten voor het monument en het bevorderen van de vriendschap tussen de beide Limburgen te eren.

De herdenking is zeer indrukwekkend, en we moeten deze mensen blijven eren en dankbaar zijn voor hun moed en inzet.